Download mijn gratis e-book over conflicthantering
Gratis e-book over conflicthanteringDownload (pdf)

Page content

Geweldloos communiceren

Geweldloos communiceren

Respectvol omgaan met verschillen *

Het principe van geweldloos communiceren is gebaseerd op het bewust omgaan met gedachten, gevoelens, behoeften en verlangens.
Het traint zorgvuldig waarnemen en maakt het mogelijk gedrag en omstandigheden die je raken te onderscheiden van de gevoelens die ze oproepen. Je leert herkennen en duidelijk verwoorden wat je precies in een bepaalde situatie wilt. De inzet is, respectvol omgaan met verschillen en in harmonie samenleven, zodat je het leven gezamenlijk leert vieren in plaats van een leven te leiden wat meestal bestaat uit pijn vermijden en moeilijkheden omzeilen. Het vraagt je bewust te zijn van je intentie die je denken en gevoelens van binnenuit aanstuurt.
In vier stappen leer je geweldloos te communiceren:

1. Waarnemen
2. Gevoelens herkennen, erkennen en uitspreken
3. Behoeften en verlangens erkennen en vervullen
4. Leren verzoeken met als doel het leven te verrijken en te vieren

1 – Waarnemen

Hiermee wordt bedoeld; oordeelloos waarnemen. Geweldloos communiceren vraagt van je het verschil te leren zien, tussen waar-nemen (feiten) en oordelen (aannames). Zonder goede waarneming kun je je niet duidelijk en open uitdrukken hoe je je ten opzichte van de ander voelt en wat je ziet of hoort. Het beïnvloedt je welzijnsgevoel. Gewoontegetrouw heb je een mening of een oordeel over wat je waarneemt. Je zegt onbewust jouw mening (ik vind het prettig) en helaas, ook even snel vel je een oordeel (dat is stom!). Je voorziet dan ongewild je mening van een etiket. Belangrijk is je te realiseren dat in iedere etikettering, positief zowel als negatief, een gevaar schuilt; zij beperken je waarneming van de totaliteit van je medemens. Dit is in tegenspraak met de feiten, namelijk; de mens is een holistisch wezen.

2 – Gevoelens herkennen, erkennen en uitspreken

Het uiten van gevoelens en dus het tonen van kwetsbaarheid draagt bij tot een beter begrip. Het voorkomt conflicten en sterker nog; het lost ze op. Tonen en uiten van gevoelens is van een geheel andere orde dan gedachten beschrijven, verklaren, analyseren en interpreteren. Het eerste doe je met je hart vanuit de actuele situatie en in contact, terwijl de andere teruggrijpen op gisteren en morgen en door je gedachten vanuit isolatie tot stand komen. Ook ken je echte gevoelens (ik ben geïrriteerd) en quasi-gevoelens (ik heb het gevoel dat . . .) wat een vagere beschrijving geeft van wat je voelt. Jammer genoeg heb je geleerd je gevoelens voor je te houden en – nog erger – ze zelfs te ontkennen. ‘De tijd heelt alle wonden’ werd je dan gezegd en jij geloofde het. Omdat je gevoelens zijn weggedrukt moet je wel ‘in je hoofd’ zijn en ga je noodgedwongen over tot interpreteren in plaats van ’in contact’ communiceren, van mens tot mens met elkaar.

Mensen raken niet verstoord door de dingen die gebeuren, maar door de manier waarop ze ernaar kijken.
Epictetes

3 – Behoeften en verlangens erkennen en vervullen

Behoeften sturen je gedachten. Gedrag en gevoelens zijn signalen die aangeven of je behoeften geheel of gedeeltelijk zijn vervuld. Uitgangspunt is dat mensen verantwoording

nemen voor hun eigen gevoelens waardoor ze de kwaliteit van hun welbevinden zelf leren bepalen. Als je je gevoelens verbindt met erachter liggende behoeften, erkennen je deze behoeften en kun je actie ondernemen om ze te vervullen. Dit zijn de voorwaarden om er werkelijk verantwoording voor te nemen en het schept emotionele vrijheid. Overtuigingen, oordelen, kritiek, diagnoses en interpretaties gebruik je om jouw verborgen behoeften indirect te uiten. Dit vervreemdt je juist van je behoeften en schept emotionele slavernij ! De kans dat anderen dit als kritiek ervaren is groot en het gevolg kan zijn dat ze zichzelf gaan verdedigen of in de tegenaanval gaan. Als iemand zegt: ‘Je hebt deze week elke avond laat gewerkt; jij houdt meer van je werk dan van mij’, is dat een indirecte uiting van de onvervulde behoefte aan intimiteit. Hoe directer je je gevoelens met je behoeften verbindt, des te gemakkelijker is het om begrip of mededogen op te brengen. Mededogen is een natuurlijke behoefte en ontwapent. Het helpt je om verborgen verlangens te her- en erkennen. Het contact is directer en sneller als je in plaats zegt wat er aan de ander mankeert of fout is, je afvraagt hoe je samen wegen kunt vinden om aan ieders behoeften te voldoen. Je behoeften wordt uitgedrukt in specifieke waarden en principes die voor ieder mens belangrijk zijn. Emotioneel vrij van slavernij wordt je via drie fasen:

  1. Leer inzien dat je uitsluitend verantwoordelijk bent voor je eigen gevoelens. Ieder heeft zijn eigen last (of lot) te dragen. Je verantwoordelijk voelen voor de ander ontneemt hem de mogelijkheid zelf zijn last te dragen en belangrijker . . . . hiervan te leren.
  2. De tweede fase staat bekend als de opstandige fase en wordt gekenmerkt door een weten dat de ander voor zijn gevoelens verantwoordelijk is. De neiging is groot de ander opstandig commentaar te geven, zoals: ‘Dat is jouw probleem! Ik ben niet verantwoordelijk voor jouw gevoelens’. Kennelijk moet je nog leren emotioneel vrij én verantwoordelijk te zijn voor het geheel.
  3. In de derde emotioneel vrije fase reageer je met mededogen op de behoeften van jezelf en anderen, zonder enige angst, schuld of schaamte. Je accepteert volledig de verantwoording over je eigen intenties en acties en ben je ervan bewust dat je je eigen behoeften nimmer kunnen bevredigen ten koste van anderen.

    Jouw gevoelens zijn een resultaat van keuzen. De keus, gekoppeld aan jouw specifieke behoefte en verwachting op dat moment, is of je de aandacht naar binnen richt en je verbindt met of vervreemdt van jezelf. De eerste keus is of je dat wat je gehoord hebt persoonlijk opvat.

Je ‘ik’ wordt daardoor gekrenkt. Dat gebeurt als je afkeuring of kritiek hoort.
Je kunt het oordeel van de ander dan accepteren, maar jezelf verwijten dat je dit of dat fout gedaan hebt. Het gaat ten koste van je eigenwaarde en leidt naar schuld, schaamte en depressie. De tweede keus is de ander of de omstandigheden de schuld geven.
Je stelt je boven de ander op en denkt het beter te weten. Het is een manier waarmee je zonder het te zeggen de ander de indruk wilt geven, dat jij goed zit. Dit levert meestal een gevoel van boosheid en eenzaamheid op. De derde keus is je alleen bewust te zijn van je eigen gevoelens en behoeften. Het is zo zelfgericht, dat de ander zich niet gezien en erkent voelt. Er zal ook naar zijn of haar gevoelens en behoeften geluisterd moeten worden.
De vierde keus is luisteren naar de verborgen boodschap achter de woorden. Dit wordt ook wel het ‘luisteren vanuit stilte’ of ‘totaalluisteren’ genoemd. Je bent je bewust van de op dat moment geuite gevoelens, behoeften en intenties van de ander. Je zou kunnen vragen: ‘Voel jij je gekwetst omdat jij meer begrip voor jouw voorkeur nodig hebt?’
Over totaalluisteren heeft de Chinese filosoof Chuang-Tzu de volgende wijze woorden geschreven: ‘Met je oren luisteren is slechts één ding. Luisteren met begrip is iets anders.

Maar luisteren met het wezen beperkt zich niet tot een vermogen, tot een oor of tot het verstand. Het vereist leegheid van alle vermogens. Dan pas, als alle vermogens leeg zijn, luistert het hele wezen. Er ontstaat een aanraking met het wezen wat tegenover je staat, wat nooit gehoord kan worden met het oor of begrepen kan worden door het verstand.’

4 – Leren verzoeken om het leven te verrijken en te vieren

De kunst is het verzoek zo te uiten, dat de ander bereid is er mededogend op te reageren. Je bent uiteraard niet verplicht om aan dit verzoek te voldoen, want dan zou het een eis zijn. Het vraagt een positieve-actietaal en het vermijden van vage, abstracte of dubbelzinnige taal. Vraag naar wat gewenst is in plaats van wat je niet wenst. Bij een negatieve formulering volgt meestal een van de twee volgende reacties:

• Mensen raken verward over hun eigenlijke verzoek • Mensen schieten in hun weerstand

Voorbeeld:
Een werkgever doet een oprechte poging zijn medewerkers te laten weten dat hij graag hun feedback wil horen: ‘Ík wil dat jullie je vrij voelen om je in mijn bijzijn te uiten.’ Hij vergeet te vermelden wat zij kunnen doen om zich zo te voelen. Bij positieve-actietaal klint het verzoek zo: Ík zou het prettig vinden als jullie mij vertelden wat ik kan doen om het voor jullie makkelijker te maken zodat je je vrij voelt om je in mijn bijzijn te uiten.’ Wanneer je iets tegen een ander zegt, verwacht je altijd zoiets als een tegenprestatie, een verbale of non- verbale erkenning dat jouw woorden begrepen zijn, een mededogend contact of een eerlijke reactie op je woorden. De ervaring echter leert dat lang niet alles wat gezegd ook werkelijk gehoord wordt. Het kan dan handig zijn de ander te vragen wat hij of zij van je gehoord of begrepen heeft. Het doel van een verzoek is een relatie op te bouwen die gebaseerd is op openheid en mededogen. Als het doel van een verzoek is mensen en hun gedrag te veranderen of je zin te krijgen, is geweldloos communiceren een ongeschikt middel om dit te bereiken.

Boosheid

Boosheid is een van de krachtigste signalen. De kern is dat het je confronteert met onvervulde behoeften, je gevoelens zijn geblokkeerd. De oorzaak van boosheid ligt in je manier van denken die zegt dat jij of de ander fout is. Je meent dat er een schuldige is en binnen dit oordeel is straffen dan ook op z’n plaats. Om te voorkomen dat de boosheid zich in je vastzet, is het noodzakelijk deze boosheid volledig te erkennen en van ganser harte te uiten. Je kunt hem gebruiken in een wezenlijke communicatie met de ander. Natuurlijk kun je je energie steken in wat de ander heeft misdaan en hoe en waarom hij gestraft moet worden, maar je dient het leven en jezelf beter als je je aandacht besteedt aan je eigen achterliggende behoeften. Het verrassende is dan, dat je daardoor voor je boosheid aandacht krijgt en automatisch in contact komt met de ander en andersom. Wanneer je boosheid opvat als een waardevol signaal, kan het tot gevolg hebben dat je je gaat realiseren onvervulde behoeften te hebben en nog belangrijker . . . . je leert zien, dat je waarschijnlijk je behoeften nooit vervult zult krijgen als je op deze manier blijft denken.

De oefening is om iedere keer weer opnieuw de zin uit te spreken: ‘Ik ben boos omdat ik behoefte heb aan . . . . . ‘ in plaats van ‘Ik ben boos omdat hij/zij . . . . .’

Er zijn vier stappen om je boosheid te uiten:

  1. Haal diep adem
    Door, wanneer je boosheid voelt, diep adem te halen geef je jezelf de tijd en tevens nieuwe energie. Weet dat pijn en/of angst je leidt naar je behoefte. Wellicht is het eerst nodig je gedachten te onderzoeken die je verhinderde bij je gevoelens te komen. Gedachten die waarschijnlijk gebaseerd zijn op oordelen of veroordelen, maar door ze uit te spreken worden je achterliggende behoeften niet bevredigd. Dat geldt zowel voor jou als voor ieder ander, want mensen reageren op dit punt gelijk. Hoe meer mensen veroordeling en schuld horen, hoe agressiever en meer in de verdediging ze worden en hoe minder ze zorg willen dragen voor hun eigen en andermans behoeften.
  2. Wees mededogend
    Voordat de ander contact kan maken met wat er in het contact met jou in hem omgaat, is het nodig dat er een eerste stap wordt gezet. De ander moet eerst mededogen voelen voordat hij naar jouw behoefte en gevoelens kan luisteren. Hoe beter je je gevoelens en behoeften verwoordt, des te groter is de kans dat hij eraan beantwoordt.
  3. Neem de tijd
    Door jezelf tijd te gunnen (eerst tot 3 te tellen) alvorens te reageren, kun je zicht krijgen op je keuzemoment. Je stelt jezelf daarmee in staat op een gebruikelijke of op een mogelijk vruchtbaarder manier te reageren. Wil je vanuit je waarden leven, is het aan te raden jezelf de tijd te gunnen om je de waarden ook te herinneren.
  4. Vertaal bewust
    Omdat de meeste mensen niet zijn opgevoed met geweldloze communicatie is oefenen noodzakelijk. Zowel positief als negatief oordelen, kritiek, verwijten en verwachtingen lijken je tweede natuur te zijn. Als je bij boosheid voordat je je mond opendoet, zorgvuldig je gedachten nagaat en contact maakt met de daarmee verbonden gevoelens en behoeften, weet je wat je moet zeggen. Vaak is het raadzaam eerst even diep adem te halen en . . . . . mogelijk helemaal niet te spreken. Inleven en mededogen zijn de sleutels tot wezenlijk contact met jezelf en de ander.

     

    Macht gebruiken

    Je kunt op twee manieren je macht aanwenden:

    1 – Beschermende macht om ongelukken en onrecht te voorkomen.

    2 – Straffende macht om anderen voor hun wandaden te laten lijden.

Bij beschermende macht is de vooronderstelling dat door onwetendheid mensen – in het bijzonder kleine kinderen – zichzelf en anderen schade kunnen berokkenen. Het corrigerende proces is educatief. Onwetendheid kan betekenen: niet bewust zijn van de gevolgen van bepaalde acties, overtuigd zijn van het feit dat jij het recht hebt anderen te straffen omdat ze dat verdient hebben, niet in staat zijn de eigen behoeften te bevredigen zonder anderen te kwetsen, et cetera.

Bij de straffende macht leeft de vooronderstelling dat mensen misdrijven plegen omdat ze slecht of duivels zijn. Om hen te corrigeren moeten ze gestraft worden om ze berouwvol te maken. Het lijden moet zo groot zijn dat ze hun ‘fout-zijn’ inzien en dit gaan veranderen. In de praktijk echter creëert straf juist wrok en vijandigheid en niet het gewenste berouw en al helemaal niet verandering. Je bereikt dus juist het tegenovergestelde van wat je wilt. Deze straffende vorm van macht gaat veel verder dan lijfelijke of fysieke straf alleen. De meer psychische vormen zijn: verwijten, etiketten plakken, oordelen vellen en waardering onthouden, et cetera. Hiermee kun je de ander gedurende een bepaalde tijd onder druk

houden, zodat ze ter vermijding van straf doen wat jij van ze verlangt. Alle aandacht is gericht op wat er kan gebeuren als zij de gevraagde actie niet ondernemen. Er is geen enkele aandacht voor je eigen handelen, daar is immers geen of onvoldoende ruimte en aandacht voor. Uiteindelijk en als gevolg van angst voor straf zal hun loyaliteit en zelfvertrouwen minimaal zijn. Wanneer de kans zich voordoet zullen ze zich uit de wurgende greep van angst, schaamte, schuld ontworstelen.

Ten aanzien van straffen zijn de volgende twee vragen essentieel:

  • Wat wil je dat de ander gaat doen in tegenstelling tot wat hij nu doet?
  • Wat wil je dat de redenen van de ander zijn om te doen wat jij vraag?

    De vraag waar het bij macht in het bijzonder om gaat, is of je in staat bent het verzoek achter de woorden te kunnen verstaan door op de bovenomschreven speciale manier te luisteren en het uiteraard te beantwoorden.

    Waarderen en loven

    Complimenteren is belangrijk, maar zelfs de complimenten die je geeft hebben vaak een element van oordeel. Met complimenten kun je het gedrag van anderen, bewust of onbewust manipuleren. Waarderen in zijn zuivere vorm is het uiten van behoefte die alle partijen bevredigt – zowel bij degene die het uitspreekt als degene die het ontvangt. Nog te vaak denken bijvoorbeeld managers dat hun positieve feedback, wat een modern woord is voor waarderen of loven, een gunstige uitwerking heeft op hun medewerkers. Denken zij nu werkelijk dat hun medewerkers niet in de gaten hebben waar het hen om te doen is? Als waarderen niet uitsluitend wordt aangewend om het leven te verrijken, zal de schoonheid en de werking erdoor verloren gaan en stompt het af.

    Voorbeeld:
    Een deelneemster (D) aan een training benadert de trainer nadien met de opmerking: ‘Nou Piet (P), jij bent briljant!’
    P: ‘Ik kan niet zoveel uit jouw waardering halen als ik zou willen.’
    D: ‘Hoezo, wat bedoel je daarmee?’
    P: ‘Ik heb mijn hele leven al veel etiketten opgeplakt gekregen, maar ik kan me niet herinneren er iets van geleerd te hebben. Ik wil graag wat leren van jouw waardering en mij erover verheugen, maar dan heb ik meer informatie van je nodig.’
    D: ‘Zoals?’
    P: ‘Wat heb ik zoal gedaan dat het leven voor jou mooier maakte?’
    D: ‘Nou, jij bent zo intelligent.’
    P: ‘Ik ben bang dat je me een ander etiket opplakt en ik vraag me nog steeds af wat ik gedaan heb dat het leven voor jou mooier maakte.’

    De deelneemster wees na enig nadenken op twee aantekeningen die zij tijdens de training had gemaakt:
    “Kijk, hier. Het ging om deze twee dingen die je zei.’

    P: ‘En welk gevoel roept dat bij jou op dat ik dat zei?’
    D: ‘Hoop en opluchting.’
    P: ‘En welke behoeften van jou werden bevredigd doordat ik dat zei?’
    D: ‘Ik heb een achttienjarige zoon met wie ik niet kan communiceren en ik ben wanhopig op

zoek geweest naar een aanwijzing die mij zou helpen om op een liefdevolle manier met hem om te gaan.
Nou, die twee dingen geven mij die aanwijzing.’

Toen Piet hoorde wat hij had gedaan, hoe zij zich voelde en welke behoeften van haar waren evredigd, kon hij de waardering samen met haar vieren.

Omdat je gewend bent aan een cultuur waar kopen, verwerven en verdienen de standaard wisselingsvormen zijn, voel je je vaak ongemakkelijk bij gewoon geven en ontvangen. Toch is het belangrijk dat je dat leert en gaat inzien dat er meer manieren zijn om waardering te ontvangen.

De twee manieren die we goed kennen zijn: eigenwaan of hoogmoed, geloven dat je superieur bent omdat je gewaardeerd wordt en valse bescheidenheid, het belang van waardering ontkennen door het weg te wuiven.

De enige echte reden om waardering te geven en te ontvangen is, omdat het jezelf gelukkig maakt en je dankbaar bent wanneer je in staat bent de kwaliteit van het leven van anderen te verhogen. Dan wordt misschien ook duidelijk waarom de twee woorden ‘leven en loven’ (liefhebben) zo op elkaar lijken en taalkundig waarschijnlijk van dezelfde stam afkomstig zijn.

*Dit verhaal is een uittreksel van Robert Rosenboom uit het boek ‘Geweldloze Communicatie’, van Marshal Rosenberg

    Comment Section

    0 reacties op “Geweldloos communiceren

    Plaats een reactie


    *